De lijdensweg van de Montefiore Molen en de redding uit Nederland

Het is onderhand tijd om terug te klimmen richting de Molen en Mishkenot Sha’ananim in alle rust achter ons te laten. Zomaar vertrekken zonder de Molen een laatste bloggroet te brengen is echter not done. De Molen die eigenlijk alle stormen heeft doorstaan. Van eerste bouwwerk van Montefiore in het nieuwe Jeruzalem tot plek van de frontlinie en grens met de vijand Jordanië tot zijn prominente plek anno nu.

 

Terug naar het begin
Terug naar het begin

Toch weer even terug van anno nu naar anno toen. Nog voordat in Mishkenot mensen kwamen wonen, stond hij er al, de molen. Het eerste bouwsel dat de Brit neerzette buiten de muren. En nee, beste Nederlanders, het was geen architectonische ode aan ons oeroude symbool. Zíjn molen was gebaseerd op de molens van Kent, de thuishaven van de Brit.

Vanuit Kent toerde hij door Europa en het Midden Oosten. In zijn eigen koets. Dat klinkt in onze anno nu-oren wellicht wat armoedig. Dit was echter niet zomaar een doorsnee koets, maar eentje passend bij een miljonair. Zijn exemplaar gold in die tijd als de Rolls Royce onder de koetsen. Tussen 1827 en 1875 maakte hij de reis naar Jeruzalem zeven keer. En nu staat de koets te rusten achter glas in de schaduw van de molen.

 

In een rijtuigie van Kent naar Jeruzalem
In een rijtuigie van Kent naar Jeruzalem

O ja, deze blog gaat over die Molen. Waarom een molen neerzetten als er nog geen hond woont? Een zakenman als Sir Moses moet toch inzien dat zoiets niet economisch levensvatbaar is? Relevante vragen, maar hier hebben we te maken met een man met een visie, en de uitvoering daarvan gaat dan soms tegen de logica in die wij, simpele zielen, denken te bezitten. De Brit wilde dat joden meer met hun handen gingen werken. Tot dan bestudeerden de mannen eigenlijk alleen de Torah. En ach, als je geen studiebol had, dan had je simpelweg pech.

Montefiore wilde dat er werkgelegenheid zou komen in het lege gebied buiten de Oude Stadsmuren. De joden moesten eindelijk eens onafhankelijk worden van de Arabieren voor onder meer hun meel en brood. De Arabieren beheersten sommige kapitalistische beginselen enorm goed. Bij schaarste kan je die prijzen vragen waar jij blij van wordt. Aangezien Arabieren de enige meel leveranciers waren konden ze vragen wat ze wilden. En dat deden ze.

 

De molen en een sierkar
De molen en een sierkar

Montefiore ging dit monopolie doorbreken. Toen de molen in 1860 eenmaal ging draaien en de Arabieren hun omzetten zagen teruglopen reageerden ze op de hun o zo vertrouwde manier: Boosheid en woede. Religieuze leiders vervloekten de molen als zijnde een instrument van de duivel. Blijkbaar vloekten ze niet hard genoeg, want de molen bleef zijn ding doen. Niet dat het nou zo’n geweldig succes was die molen. Montefiore had duidelijk het Kentse kustlandschap in gedachte bij het ontwerp. In zijn Kent kon de wind zelden zijn woei houden waardoor de molens hyper actief draaiden. Ten overvloede: Jeruzalem is geen Kent. Het ligt in het binnenland, omringd door heuvels en bergen. Elementen die de nodige wind bij de gewillige wieken weg hield. Om maar niet te spreken over de windstille dagen.

Bovendien was het onderhoud een drama. De uitbater van de molen kwam alleen in actie als hij vooruit kreeg betaald, wat zelden gebeurde. De reserve onderdelen moesten uit Engeland komen. Per boot tuften de spullen naar Jaffa. Daar werd de bedoel op kamelen gehesen om geruime tijd later in Jeruzalem te arriveren. Toen was men alweer vergeten waar al die dingen voor nodig waren. Modern aangedreven molens maakten van de Montefiore Molen een zielige verschijning.

Het Kentse model heeft een kleine 16 jaar gedraaid. Met een gerust hart kunnen we zoiets als vrij kort omschrijven. Toch staat hij er nog steeds. Dat mag op zich een wonder heten. Ik weet dat vrij vaak het woord ‘wonder’ aan Jeruzalem wordt verbonden. Gezien de voorliefde voor de slopershamer in de jaren 70 en 80 durf ik toch het woord ‘wonder’ te gebruiken. Net als de omliggende wijken Mishkenot Sha’ananim en Yemin Moshe raakte de molen steeds verder in verval. Rijp voor de sloop. De Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 en de jaren daarna leken een roemloos einde in te luiden. Wachtend op het definitieve, verlossende schot.

 

Voordat de Nederlanders kwamen
Voordat de Nederlanders kwamen

Nadat Kirshenbaum zich dood had gevochten, hadden andere Haganah leden bezit genomen van de vervallen molen. Ze hadden van daaruit prima zicht op de Jordaanse schutters aan de overkant op de Oude Stadsmuren. Zo kreeg de nutteloze molen toch weer een belangrijke functie. Echter, ook deze aanpak kon niet op goedkeuring rekenen van de aftaaiende Britten. Op een dag kwam Zijne High Commissionar terug uit de kerk. Terwijl hij met zijn stukgelezen bijbeltje terug wandelde zag hij hoe de molen verworden was tot een soort militaire basis. De koepel was een nest vol scherpschutters. Net als eerder Kirshenbaum was ook nu de Britse macht not amused. Een dergelijk pijnlijk besef dat hij niet wist er allemaal in ‘zijn’ stad gebeurde, verdiende een passend antwoord. Een Brits antwoord.

De opdracht van de High Commissioner aan zijn gehoorzame onderknuppels was duidelijk: Blaas die Molen op! De orders werden direct opgevolgd en soldaten brachten de explosieven naar de aanstaande ex-molen. Terwijl ze bezig waren om het bouwval op de knieën te krijgen, zagen een paar soldaten uit Ramsgate (Kent) de afbeelding van een familie wapen op de molen. Het wapen van Montefiore. Ramsgate’s favorite son had een molen laten neerzetten. De soldaten kenden hem maar al te goed, want hun wiegje stond ook ooit in Kent. Daar kende iedereen deze filantropische held.

Wat nu te doen? Wroeging en ‘Befehl ist Befehl’ streden om voorrang. Niets doen zou betekenen dat ze genadeloos op hun Kentse lazer zouden krijgen. Wel opblazen betekende dat ze in Kent met de nek zouden worden aangekeken. De tijd was daar om een list te verzinnen. Ze wisten dat het hoge Britse schorremorrie in het King David Hotel zat. Daar kon men precies de koepel van de molen zien. Ze besloten alleen deze van de molen weg te blazen. De truc werkte. Met een enorme dreun werd de molen ontkoepeld. De hoge baasje utterly blij en de Kentse miltairen konden eenmaal terug in Ramsgate met de kin omhoog door de straten lopen.

Niet gek veel later zat er weer iets op wat op een koepel leek. De oude glorie was echter verdwenen. Na de oorlog van 1948 werd Mishkenot een sloppenwijk met joden uit met name Turkije en Irak die geen shekel te makken hadden. De oorspronkelijke bewoners waren toen allang vertrokken naar veiliger plekken in Jeruzalem.

 

De koperkleurige koepel als het nieuwe normaal van toen
De koperkleurige koepel als het nieuwe normaal van toen

 

Na de hereniging van Jeruzalem in juni 1967 verdwijnen de dodelijke schutters van de muren. Het vervallen Mishkenot durft langzaam weer te gaan ademen. De mensen met centjes zien het wel weer zitten om een pandje te kopen en op te knappen. Ze keren terug. De bewoners die al die tijd de kogels moesten koppen of ontwijken konden vertrekken. Hiervoor kregen ze een flutpremie waar ze niets mee konden in het toen al prijzige Jeruzalem. Rechten hadden ze niet. Ze konden immers niet bewijzen dat ze daar mochten wonen, dus wegwezen. Zo gaat dat nu eenmaal met procedures die op gezette tijden worden gereanimeerd. Uiteindelijk kreeg Mishkenot de wind weer meer in de zeilen.

Voor de molen gold dat nog niet. Als een gehavende, mentaal gebroken Quasimodo stond hij daar te staan. Vergane glorie. Meer niet.

 

In de pootsporen van Balak
In de pootsporen van Balak

 

Ik besef dat ook deze blog weer een hoog kommer en kwel gehalte bezit. Gelukkig valt er ook best wel wat moois te melden over het bouwsel. In 1966 won de schrijver S.Y. Agnon als eerste Israëliër de Nobel Prijs voor Literatuur. Let op, ik heb het over literatuur, dus ik ga even een beetje raar praten. Een hondje genaamd Balak eert Montefiore en zijn molen op zijn eigen manier in Agnon’s boek Only Yesterday.

Het arme beestje is op de vlucht in Jeruzalem. Opgejaagd door alles en iedereen. Nergens in de stad vindt hij rust. Iedereen ziet Balak als een gevaar. Maar dan ziet hij de Molen van Montefiore! Hij voelt zich direct veilig. De molen als zijn symbool van veiligheid. Hoe ik dat weet? Omdat die hond dat zelf zegt! Dit is Literatuur, weet u nog? Balak: “Moses Montefiore was a great saint and all his works were designed to make things easy for folks and not to bother them, and he built that windmill only for the good of folks.”

 

Kiekeboekiekje van de koepel
Kiekeboekiekje van de koepel

 

De lofzang van deze straathond kon helaas niet voorkomen dat de molen van de great saint zijn glorie verder verloor. Na 1967 kwam er een koperkleurige koepel op, tezamen met nieuwe wieken. Deze zaten er puur voor de sier op, want wentelen deden de wieken niet. Maar goed, er was weer een beetje aandacht voor de molen. In 2006 kwam de doorbraak. Het plan was om de molen terug brengen in zijn oorspronkelijk staat. Terug naar 1857 dus. Een super mooi plan natuurlijk. ‘Maar waar halen we al dat geld vandaan?’, was daarna de prangende vraag.

De noodkreet uit Jeruzalem werd ook in Nijkerk gehoord. Nijkerk ja. Dit komt wellicht als een wat abrupte wending over, maar laat me toch even uitleggen. In Nijkerk staat namelijk het HQ van Christenen voor Israel. Zoals de naam suggereert heeft men daar wel enige sympathie voor het Heilige Land. Ze hadden de noodkreet gehoord en de club zamelde euro’s in voor de herbouw. Voldoende euro’s. De financiële verlossing was eindelijk daar.

Nu heeft men in Nijkerk weinig met het bouwen van molens, maar in Friesland des te meer. Daar werd menig onderdeel op maat gemaakt en verscheept naar Israel. In augustus 2012 was het dan zover: De molen kon weer gaan draaien. De koepel had zijn maagdelijke witheid terug. Helemaal zoals Montefiore voor ogen had. Sommigen mopperden dat dit niet meer hun molen was. Zo gewend waren ze geraakt aan het nieuwe normaal met de groene koepel. Nu opeens keerde het oude normaal terug. Dat was eventjes wennen.

 

Een feest is geen feest, als Bibi niet is geweest
Een feest is geen feest, als Bibi niet is geweest

 

De opening verliep uiteraard niet in stilte. Aanwezig waren onder meer de burgemeester, nazaten van Montefiore, de opperrabbijnen van Israel en Nederland en de toenmalige premier: Benjamin Netanyahu. Ik laat u graag zelf de emoties verwerken van zijn woorden op die dag in 2012: “This was the scenery of my youth and it is said that a man is always defined by the scenery of his youth”. Bent u er nog? Mooi, dan nog even deze ontroerende uitsmijter: “We grew up with the windmill, this windmill which always served as a symbol for us”. Eigenlijk weinig verschil met de warme woorden van het keffertje Balak.

Hoe dan ook, na al die jaren staat de molen weer te stralen. Ik moet toegeven dat ik ook geen voorstander om die groene koepel te vervangen. Deze simpele ziel wist immers ook niet beter. Ja, deze Friese versie is inderdaad mooier. En met deze bekentenis die niets toevoegt is het tijd geworden afscheid te nemen van Mishkenot Sha’ananim.

Het is de hoogste tijd om ons te richten op heel andere zaken. De Hoge Feestdagen.

 

Ontmoeting met Montefiore in shuk Mahane Yehuda
Ontmoeting met Montefiore in shuk Mahane Yehuda

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!